Toets de generatietoets mét de héle generatie

Daan Welling kijkt naar de uitvoering van de Generatietoets.

Deze column is vaak kritisch op de gang van zaken in publiek debat en publiek beleid rondom jongeren. Ik begin daarom met hulde. Hulde voor Coalitie-Y, een samenwerkingsverband van jongerenorganisaties samen met de ChristenUnie. Hulde voor de Sociaal-Economische Raad. En een hulde voor de meerderheid van de Tweede Kamer. Waarom? Omdat zij in 2019 de generatietoets hebben ingevoerd.

Wat is de generatietoets? In het kort komt het hierop neer. Wanneer de overheid beleid maakt kijken zij vaak niet heel ver vooruit. Ze kijken wat het beleid verwacht te doen in het jaar na invoering. En ze kijken ook niet hoe de effecten van verschillende stukken beleid op elkaar uitwerken. Zo kun je drie wetten invoeren die alle drie een licht negatief effect hebben op jongeren: een leenstelsel, flexibilisering van de arbeidsmarkt, en flexibilisering van de huizenmarkt. Maar stapel ze allemaal op elkaar, en je ziet opeens een ‘verloren generatie’ opdoemen. Met een generatietoets voorkom je die blinde vlek bij beleidsmakers. Je kijkt naar hoe een nieuwe maatregel doorwerkt samen met bestaand beleid en in de toekomst. En zo komen we beter op voor de belangen van jongeren en toekomstige generaties.

Dat dit broodnodig is, is zo klaar als een klontje. Een greep uit het nieuws van deze week. Vooral jongeren hebben niet genoeg spaargeld om een klap op te kunnen vangen. De VN bericht dat we de klimaatdoelstellingen van Parijs niet halen, wat betekent dat in de komende eeuw we met klimaatrampen te maken krijgen. En het kabinet maakt bekend dat ze 58 miljoen euro uit moeten geven om eenzaamheid onder jongeren tegen te gaan.

Maar hoe mooi zo’n generatietoets klinkt, is het niet ook een papieren tijger? (Sorry, toch een kritische noot). Hoe wordt die toets daadwerkelijk uitgevoerd? Dat je goed moet nadenken over hoe beleid werkelijkheid wordt, illustreert deze anekdote. In de podcast Jesse& geeft Jesse Klaver toe dat hij in 2014 het leenstelsel helemaal verkeerd inschatte. Hij keek vooral naar het lage bedrag dat studenten terug hoefde te betalen. En hij onderschatte dat dit enorm veel mentale prestatiedruk met zich meenam. Resultaat: een generatie studenten is totaal over de kook en is bang om te falen bij hun opleiding. Want een jaar overdoen betekent dat de schuldenberg Everest-achtige proporties aanneemt. De les: beleidseffecten op papier hebben in werkelijkheid vaak verborgen kanten.

Hoe doorzie je nu die schaduwkanten? Ontwerpers zijn daar al lange tijd mee bezig. De best practice is op dit moment Design Thinking. Een belangrijk element daarvan is dat je de doelgroep meeneemt in je product. Met andere woorden: betrek jongeren zélf bij de generatietoets. Laat hen nadenken over de effecten van dit beleid op hun leven. Jongeren zijn daar zelf de beste evaluatoren voor. Zij weten namelijk het beste hoe zij in de wedstrijd staan. Gelukkig heeft minister Wouter Koolmees dat ook door!

Maar mag ik dan toch nog een suggestie mag doen: dit is geen vrijblijvende charity van die jongeren. Een goed design thinking-proces kost tijd, en daarmee geld. En als je dat niet geeft aan jongeren krijg je alleen die jongeren die tijd – en geld – over hebben om mee te denken. Jongeren met een gespreid bedje thuis, of uitmuntende cijfers op hun diploma. Dus níet die jongeren die het hardst geraakt kunnen worden door beleid. Zorg er dus ook voor dat jongerenparticipatie betaald word. Die investering betaald zich dubbel en dwars terug doordat er hierdoor een sterkere en gezondere generatie opstaat.

Wij kijken bijvoorbeeld naar onze Debat-in-de-Buurtjongeren die dit weekend aan de slag gaan met TableTalks. Daarin bespreken jongeren uit Rotterdam-Zuid en Hilversum met elkaar de staat van het onderwijs. Ik voorspel nu al dat dit een prachtige productie wordt. Dames en heren in Den Haag: nodig hen uit!